Kleine strandlopers worden geboren op de toendra en kunnen al na†15 dagen vliegen.

vogel 1

Broedgebieden

In de broedgebieden op de toendra's†zijn de trekvogels het lastigst te onderzoeken.

Als het zomer wordt op het noordelijk halfrond gaan veel kusttrekvogels richting de pool. Bij voorkeur†broeden ze in gebieden die net ijs-en sneeuwvrij zijn: de toendra's van Groenland, IJsland, Noord-ScandinaviŽ en Rusland. De temperatuur is hier niet heel hoog en dat doodt de bacteriŽn. Dit is weer gunstig voor de trekvogels en hun jongen die minder risico lopen op ziektes.
Als sneeuw en ijs net weg†zijn dan zijn er zeer veel insekten en spinnetjes. Dit is goed voedsel voor de trekvogels.
In de zomermaanden is het bijna dag en nacht licht. De vogels hebben zeer veel tijd om voedsel te zoeken. De jongen worden snel sterk genoeg om de tocht naar het zuiden te maken.†
De toendra is zeer groot en leeg waardoor er zeer veel plek is om ongestoord te broeden. Voor de onderzoekers is het zeer lastig om de trekvogels te vinden, zeker omdat ze†op hun nest†zeer goed gecamoufleerd zijn.†
De†natuurlijke vijanden†van de†trekvogels zijn sneeuwuilen en andere roofvogels, poolvossen en†hermelijnen.††

Terug naar pagina overzicht Terug naar pagina overzicht