De snavel van een scholekster slijt snel. Gebeurde dat niet, dan zou de snavel na een jaar ongeveer drie keer zo lang zijn.

vogel 1

Aanpassingen van de snavel

Kusttrekvogels zoeken voedsel in het water of in de bodem. Daarom hebben ze vaak een lange en slijtvaste snavel. De verschillende soorten vogels die op het wad eten zoeken, hebben vaak verschillende lengtes van snavels.

Een wulp (zie tekening) heeft een hele lange kromme snavel en kan dieren die diep zitten uit de bodem trekken. Andere vogels zoals de kanoet hebben een kortere snavel om dieren die minder diep zitten omhoog te halen. Schelpdieren worden soms in één keer doorgeslikt. Een scholekster kan met zijn harde snavel de schelphelften juist openbreken en dan het vlees eruit eten.

De vogels kunnen de dieren in de modder natuurlijk niet zien. Toch prikken ze heel snel raak. Een kanoet heeft hiervoor zelfs een speciaal zintuig in de snavel. Dat zintuig voelt als het ware waar de prooi in de modder zit.

De roofvogels die trekken hebben een korte snavel met een scherpe kromme punt eraan. Hiermee kunnen ze het dier dat ze gevangen hebben opensnijden.

Terug naar pagina overzicht Terug naar pagina overzicht