Wadvogels met 'kleine voeten' lopen vooral op harde bodem; wadvogels met 'grote voeten' (of zwemvliezen)†vooral op zacht slik.

vogel 1

Aanpassingen aan de poten

Veel kusttrekvogels zoeken hun voedsel in het ondiepe water en de modderige bodem langs de kust. Deze vogels hebben dan ook vaak lange poten zodat zodat hun veren op de buik niet nat worden. Ze heten daarom ook†steltlopers.

Vaak hebben de vogels ook nog zwemvliezen tussen de tenen. Hierdoor zakken ze niet zo ver weg in de slikkige bodem en sommigen kunnen er ook mee zwemmen. Om niet te veel warmte te verliezen in het koude water gebeurt er iets bijzonders in de poten. Het warme bloed dat uit het lichaam naar de poten gaat stroomt langs het afgekoelde bloed dat uit de poten komt. Het warme bloed koelt af en het koude bloed warmt op. Zo verliest de vogel minder energie aan het water.

Natuurlijk zijn er ook roofvogels die langs de kust trekken. Deze hebben korte poten met scherpe nagels. Die gebruiken ze om hun prooi te vangen en goed vast te houden.

Terug naar pagina overzicht Terug naar pagina overzicht