De vorm van de snavel vertelt niet alleen wat de vogel eet maar ook hoe hij het vangt.

vogel 1

De spijsveteringsorganen van trekvogels

Het voedsel komt via de snavel de vogel in en gaat dan via de slokdarm naar de maag en de darmen. Hier worden de voedingsstoffen uit het eten opgenomen. Alles wat overblijft wordt weer uitgepoept.

Het maakt voor de maag en de darmen nogal uit wat een vogel eet. Sommige kustvogels eten planten, andere zachte wormen en weer andere schelpdieren die hij met schelp en al inslikt. Als een vogel hele schelpdieren inslikt heeft hij een zware en gespierde maag nodig. Daar worden de schelpen namelijk gekraakt. De kanoet is zo’n vogel die hele schelpen eet. Zijn maag is even zwaar als die van een scholekster, terwijl  deze vogel vijf keer zo zwaar is als de kanoet. De scholekster maakt de schelp open en eet alleen het vlees zonder de schelp. Hij heeft dus niet zo’n zware maag nodig.

Bij de kanoet is het zelfs zo dat hij in de zomer een kleine slappere maag heeft en in de rest van het jaar een grotere. In het broedgebied in het noorden eet hij insecten. In de Waddenzee en in de Afrika eet de vogel schelpen. De maag past zich aan aan het voedsel in het gebied.

De lever en nieren hebben ook veel te maken met voedsel verteren en verwerken. Tijdens de lange trekvluchten naar het noorden en het zuiden eet de kanoet niet en zijn een grote lever en nieren alleen maar gewicht. Deze “krimpen” vlak voordat de vogel aan zijn grote tochten begint.

Terug naar pagina overzicht Terug naar pagina overzicht