De zomertortel komt in het voorjaar naar ons land, en vertrekt weer in september. Alle andere duiven blijven het hele jaar.

vogel 1

Kleine mantelmeeuw

Terug naar overzicht Terug naar overzicht

Lesser Black-backed Gull, Larus graellsii

Algemene informatie

Van de meeuwensoorten die in ons land voorkomen hebben alleen de geelpootmeeuw en kleine mantelmeeuwen gele poten. De kleine mantelmeeuw verschilt van de geelpootmeeuw door de donkere mantel. Het is een jaarvogel die erg aan de kust gebonden is. In Nederland is het een algemene broedvogel met kolonies op diverse Waddeneilanden en bijvoorbeeld op de Maasvlakte in Zuid-Holland
De kleine mantelmeeuw is aan een flinke opmars bezig. De aantallen zijn maar liefst zeven keer zo groot als enkele decennia geleden (1977). Daarmee is de kleine mantelmeeuw tegenwoordig bijna net zo algemeen als de zilvermeeuw. In het Waddengebied en in de Zeeuwse Delta zijn de aantallen het grootst. Dat is niet verwonderlijk, want de kleine mantelmeeuw is vooral een kustvogel die broedt in duinvalleien en op kustvlakten. Er zijn echter enkele broedplaatsen in het binnenland (Budel-Dorplein). Een aanzienlijk deel van de totale Europese populatie (18%) verblijft in het late voorjaar op en aan de Nederlandse Noordzee.

Status

Jaarvogel, broedvogel en wintergast.

Trek/stand/winter

Jaarvogel, broedvogel, doortrekker en wintergast.

Trend en aantal

De kleine mantelmeeuw broedt nog maar kort in Nederland. Kort althans in biologisch opzicht; het eerste bekende broedgeval dateert uit 1926. De vestiging kwam slechts zeer geleidelijk op gang. In de jaren 1960 broedden nog maar zo'n 80 paren in Nederland. Sindsdien echter zijn de aantallen van de kleine mantelmeeuw hals-over-kop toegenomen. Tegen het einde van de jaren 1970 werden 11.000 paren geteld, tien jaar later waren dat er 23.000. Nog een decennium later werden al meer dan 50.000 paren gemeld en nog altijd nemen de aantallen van de kleine mantelmeeuw toe. De meest recente telling stamt uit 2000; toen werden tot 72.000 paren vastgesteld. Deze spectaculaire toename is ook in de ons omringende landen waargenomen.

Meer informatie over deze vogel

Orde:Ciconiiformes
Familie:Meeuwen (Laridae)
Voedsel:Alleseter
Broeden aantal:In 1998- 2000 broedden 58.500 - 72.000 paren in ons land (Atlas van de Ned. Broedvogels, SOVON 2002).
Aantal Eieren:1-3
Aantal Legsels:1
Wintergast aantal:Klein aantal.
Doortrek aantal:Doortrekker in groot aantal
Periode aanwezig:Gehele jaar
Rode lijst:Nee
IBA Broedvogel:Ja
IBA Niet-broedvogel:Nee

Foto's

Geluiden

Terug naar overzicht Terug naar overzicht