De zomertortel komt in het voorjaar naar ons land, en vertrekt weer in september. Alle andere duiven blijven het hele jaar.

vogel 1

Scholekster

Terug naar overzicht Terug naar overzicht

(Eurasian) Oystercatcher, Haematopus ostralegus

Algemene informatie

Scholeksters zijn vrij stevig gebouwde, zwart-witte steltlopers die algemeen in het binnenland kunnen worden aangetroffen. De grootste aantallen bevinden zich in het Noorden en Westen van het land, de Veluwe, Zuid-Limburg en Flevoland huisvesten nauwelijks Scholeksters. Opvallend is dat scholeksters vaak allemaal dezelfde kant op zitten, zodat ze elkaar niet hinderen wanneer gevlucht moet worden voor naderend gevaar. Om dezelfde reden wordt altijd een onderlinge afstand van ongeveer een meter gehandhaafd. De snavel van een scholekster is handig om in het wad naar mossels en kokkels te zoeken en ook om ze te openen en het schelpdiertjes eruit te eten. De snavel slijt wel erg hard van al dat harde materiaal. Gelukkig groeit hij ook snel weer, ongeveer 0,4mm per dag. Als de snavel niet zou slijten dan zou hij doorgroeien en op den duur krom worden. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij scholeksters die in gevangenschap leven en hun snavel niet goed kunnen gebruiken en dus niet goed kunnen afslijten. De snavel van de scholekster slijt op het wad trouwens sneller dan op het land. In de zomer, als hij veel op het wad is, heeft de scholekster een kortere snavel dan in de winter, wanneer hij voedsel zoekt op het land.

Status

Broedvogel

Trek/stand/winter

Standvogel, doortrekker en wintergast

Trend en aantal

Recentelijk is het aantal scholeksters drastisch afgenomen, als gevolg van voedselschaarste in de Waddenzee. De aantallen die in de Atlas van de Nederlandse Broedvogels (SOVON, 2002) worden genoemd, namelijk 80.000 - 130.000 paren, zijn dan ook achterhaald. Over de preciese omvang van de Nederlandse populatie bestaat echter door problemen met de uivoering van tellingen, enige onduidelijkheid.

Meer informatie over deze vogel

Orde:Ciconiiformes
Familie:Scholeksters (Haematopodidae)
Voedsel:Mosselen, kokkels en kreeftachtigen in de kustgebieden en in weidegbeiden eten ze voornamelijk wormen en insecten(larven).
Broeden aantal:80.000 - 130.000 paren (recent waarschijnlijk minder)
Aantal Eieren:2 - 3 eieren
Aantal Legsels:1 legsel
Wintergast aantal:Wintergast in zeer groot aantal
Doortrek aantal:Doortrekker in zeer groot aantal
Periode aanwezig:Jaarvogel
Rode lijst:Nee
IBA Broedvogel:Nee
IBA Niet-broedvogel:Ja

Foto's

Geluiden

Terug naar overzicht Terug naar overzicht