De zomertortel komt in het voorjaar naar ons land, en vertrekt weer in september. Alle andere duiven blijven het hele jaar.

vogel 1

Grutto

Terug naar overzicht Terug naar overzicht

Black-tailed Godwit, Limosa limosa

Algemene informatie

Grutto's zijn dè ambassadeurs van het Nederlandse polderlandschap. Nergens ter wereld is deze van oorsprong op riviergraslanden en hoogvenen broedende vogel zo talrijk als in de contreien van oer-vaderlandse dorpen als Broek-in-Waterland of St. Nicolaasga. Zelfs binnen de stadsgrenzen van Amsterdam broeden meer grutto's dan in heel Groot-Brittannië en Frankrijk tezamen! Nederlandse grutto's broeden bij voorkeur op vochtige veengraslanden en leven van wormen en ander klein gedierte dat op of in de bodem leeft. De winter wordt doorgebracht in Westafrikaanse moerassen en rijstvelden. Oorspronkelijk broedden grutto's op riviergraslanden en hoogvenen. Vandaag de dag zijn grutto's in die gebieden nauwelijks nog te vinden. De grutto heeft een, tot recentelijk, uitstekend habitat gevonden in graslanden in agrarisch gebruik. Nu verdwijnt de grutto ook daar bijzonder snel. Er is nog een gruttosoort, de Rosse Grutto (Limosa lapponica lapponica). Deze broedt niet in Nederland maar overwintert hier in vrij groot aantal. De grutto heeft ook een ondersoort, de 'IJslandse grutto' (Limosa limosa islandica), welke in klein aantal doortrekt. Enkele ijslandse grutto's overwinteren in Nederland. Grutto's trekken meestal terug naar hun geboorteplaats en zijn daar sterk trouw aan: meestal broeden ze hoogstens enkele honderden meters van hun geboorteplaats.

Status

Broedvogel

Trek/stand/winter

Trekvogel

Trend en aantal

In grote delen van het land is het aantal grutto's tot in de jaren vijftig toegenomen. De toegenomen voedselrijkdom door de intensievere bemesting was daar debet aan. Omstreeks midden jaren zestig kon de grutto het tempo van de agrarische veranderingen niet meer bijbenen. Sindsdien is het bergafwaarts gegaan: Anno 1990 naar schatting een kwart minder grutto's in kerngebieden en 50 tot 100 procent minder in de overige broedgebieden. Een schatting van de totale populatie voor midden jaren tachtig komt op 85.000 tot 100.000 paar. Inmiddels is de stand opnieuw drastisch afgenomen: er resteren nog 46.000 paren (2000) en de populatie neemt nog steeds fors af.

Meer informatie over deze vogel

Orde:Ciconiiformes
Familie:Strandlopers (Scolopacidae)
Voedsel:Regenwormen en emelten
Broeden aantal:46.000 paren
Aantal Legsels:Eén
Periode aanwezig:Februari - november
Rode lijst:Ja
IBA Broedvogel:Nee
IBA Niet-broedvogel:Ja

Foto's

Geluiden

Terug naar overzicht Terug naar overzicht